Loading

Bloggen en de waarheid: over Hema-onderbroeken en seriemoordenaars

 

“Is het nou allemaal echt wáár wat jij schrijft?”

Terwijl ze het vraagt trekt ze één wenkbrauw op.

(meer…)

Pages:

Geen type om moeder te zijn

 

Er is een boek over mij verschenen.

Geschreven door iemand die ik niet eens ken.

(meer…)

Pages:

Mijn oma stierf in een gekkenhuis

 

Mijn oma stierf in een gekkenhuis.

De laatste keer dat ik haar zag stuurde ze me weg.

(meer…)

Pages:

Show, don’t tell

Maak dat je daar wegkomt.

Ik denk het meerdere keren.

Stap op die boot en kom niet meer terug.

Maar tegelijkertijd weet ik dat dat lastig is. Dat je je moeder niet zomaar verlaat. Zeker niet als ze alles is wat je nog hebt.

Het boek Birk van Jaap Robben is onaangenaam en treurig en prachtig. Direct aan het begin word ik geconfronteerd met een drama: Mikael verliest zijn vader. En ook een beetje zijn moeder.

Ik sta er met mijn neus bovenop hoe Mikael krampachtig probeert om het zijn moeder naar de zin te maken. Maar niets is goed genoeg. Hij kan zijn vader niet vervangen. Soms wil ik Mikael toeschreeuwen dat dit niet is zoals het hoort. Dat het niet aan hem ligt. Maar ik kan hem niet helpen en dat frustreert. 

omslag-birkJaap Robben beschrijft geen sfeer, hij laat hem zien. En voelen. Het vermoeden dat er iets niet klopt druppelt heel langzaam mijn leeservaring binnen. Achter elke bladzijde verwacht ik te schrikken van het spookachtige gezicht van Mikaels moeder, maar ze sluipt steeds nauwelijks zichtbaar op de achtergrond van het verhaal rond. Als ze eenmaal tevoorschijn komt, heb ik allang geen begrip meer voor haar. En zou ik Mikael persoonlijk met een bootje van dat verlaten eiland willen ophalen.

Jaap Robben heeft met Birk een boek geschreven waar ik nog lang aan terugdacht nadat ik het uit had. Niet in de laatste plaats vanwege zijn beeldende taalgebruik:

De herfst hangt als een traag en geel vuurwerk in de berken.

Het zijn dit soort kleine taalkundige uitvindingen waar ik warm van word. Het boek zit er vol mee. Net als met verdriet. En liefde. Twee van de meest gebruikte thema’s in de literatuur, die Jaap Robben op een opmerkelijke en beklemmende manier in dit verhaal weet te vangen.

Lees het. Dan weet je precies wat schrijvers bedoelen met ‘show, don’t tell.’

(En lees op de website van Not Just Any Book wat anderen ervan vinden.)

______________________________________________

Een perfecte dag voor literatuur (vernoemd naar het verhaal Een perfecte dag voor bananenvis van J.D. Salinger) is een leesclub voor bloggers met een literaire smaak. Bij deze Not Just Any Blog Club lezen we gelijktijdig hetzelfde boek en bloggen er daarna over in welke vorm we maar willen.

 

 

 

Pages:

Hoe je als schrijver je eigen verhaal saboteert

Op het moment dat de verhalenbundel Saboteur op de mat valt, kan ik niet wachten totdat het tijd is om te gaan slapen. Ik lees mijn boeken altijd een uur voordat ik mijn bedlampje uitknip en korte verhalen doen het dan altijd erg goed.

De achterflaptekst wakkert mijn nieuwsgierigheid verder aan:

Een jonge vrouw raakt verstrikt in een masochistische relatie met haar bazin, een gevangene gaat ten onder aan een fatale verliefdheid op een psychologiestagiaire en een gearriveerde relatietherapeute verbrandt ogenschijnlijk redeloos al haar perfecte schepen achter zich. Met de personages uit Saboteur ga je niet gezellig een borrel drinken. Het lijken heel gewone, keurige mensen, maar ondertussen broeit er van alles. Onbedoeld saboteren ze hun leven en worden ze onderhuids uitgehold door verlangens waarvan ze de aard niet kennen.

SaboteurHet lijkt me een Herman Koch-achtig boek, vol bizarre situaties en personages met heftige gevoelens. Onverwachte wendingen. Verhalen die je in één ruk uit moet lezen omdat je wilt weten hoe ze aflopen.

Het boek van Marte Kaan bevat inderdaad al het bovenstaande. Het biedt mij een blik in de diepste krochten van de menselijke geest. Waar het vreselijk benauwd is en de muren op je afkomen. Waar angst, jaloezie en woede overheersen.

Maar toch.

Hoe interessant de onderwerpen in theorie ook zijn, als geheel stelt Saboteur mij meerdere keren teleur. De verhalen zijn te kort om een personage echt te leren kennen. Na het lezen van de eerste vier verhalen ben ik nummer één en twee alweer vergeten. Ook het gebruik van de ene metafoor na de andere geeft me het gevoel dat Kaan iets te hard haar best heeft moeten doen om het boek een literair tintje te geven. Geen enkel verhaal wordt echt concreet en ook het vaak plotselinge einde laat mij regelmatig achter met een vraagteken. En met de gedachte: “Nou ja, misschien dat het volgende verhaal me wél weet te boeien.” Dat is dan ook de belangrijkste reden waarom ik het boek in no time uit heb. Ik wil méér.

Maar ik krijg het niet.  

 

______________________________________________

Een perfecte dag voor literatuur (vernoemd naar het verhaal Een perfecte dag voor bananenvis van J.D. Salinger) is een leesclub voor bloggers met een literaire smaak. Bij deze Not Just Any Blog Club lezen we gelijktijdig hetzelfde boek en bloggen er daarna over in welke vorm we maar willen.

 

Pages:

Een leeservaring als een culinair gebakje

Pedro - Jouw gezicht zal het laatste zijn LRIk begin meerdere keren aan dit blog. Maar niets wat ik schrijf lijkt dit boek van João Ricardo Pedro recht te doen. Hoe maak ik duidelijk wat er zo bijzonder is aan dit boek, zonder te vervallen in een schools bespreken van mooie zinsconstructies en terugkerende symboliek? Zonder te veel te verraden over de intelligente lijntjes tussen de verschillende bijzondere verhalen die het boek rijk is?

Nee. Ik doe het niet. Geen analyse, geen ‘echte’ recensie deze keer.

Jouw gezicht zal het laatste zijn is een leeservaring die voelt als een culinair gebakje. Het ziet er veelbelovend uit. Als ik met mijn vorkje door het buitenste laagje prik, knakt het open en kan ik al een klein beetje zien hoe de vulling eruit ziet: complex en opgebouwd uit tientallen laagjes. Hoe meer happen ik neem, hoe dieper de smaaksensatie wordt en hoe sneller ik wil gaan eten. Ik geniet van de originele samenstelling en de onverwachte smaken, maar ik weet dat ik hoe dan ook naar het onvermijdelijke einde toe werk.

En als het dan zover is, en de zoetzure smaak blijft nog even hangen, wil ik niets liever dan opnieuw beginnen. Ik vrees het begin van een verslaving. 

_______________________________

Een perfecte dag voor literatuur (vernoemd naar het verhaal Een perfecte dag voor bananenvis van J.D. Salinger) is een leesclub voor bloggers met een literaire smaak. Bij deze Not Just Any Blog Club lezen we gelijktijdig hetzelfde boek en bloggen er daarna over in welke vorm we maar willen.

Pages:

Wat alleen de roman kan zeggen

Wat alleen de roman kan zeggenEen recensie over een essay deze keer. Ik lees nooit essays. Ik lees alleen romans. Ik verslind ze. Niks beters dan vroeg onder de dekens met een boek, de wind gierend door de kieren van ons oude huis, de regen roffelend tegen de beslagen ramen. Wat ik na een paar bladzijden overigens al niet meer hoor omdat ik – zoals De Jong het omschrijft – door de taal van de schrijver een andere ruimte betreed (blz. 24). Precies dat.

Oek weet wat er in mij omgaat

Ik kan me helemaal vinden in zijn schitterende en rake omschrijvingen van wat het lezen van een goed boek met je doet. Het lezen als vlucht uit het verbrokkelde leven van alledag (blz. 24), romanpersonages die eerder een mentaal beeld zijn dan een fysieke verschijning (blz. 24 – ik heb me altijd afgevraagd of dat ‘normaal’ is, en verdomd, Oek heeft het ook!). Een boek missen als je het uit hebt, en jezelf uitsluitend in geschreven woorden echt goed kunnen uitdrukken. De Jong is (letterlijk en figuurlijk) lyrisch over lezen en schrijven, net als ikzelf. Ik ben blijkbaar helemaal zijn doelgroep.

Of wacht

Na een bladzijde of dertig ga ik daaraan twijfelen. Het begint met deze opmerking: ‘Het effect dat de nieuwe media hebben is inmiddels bekend: vanaf een zeker punt slaat het gemak dat ze bieden om in ongemak, de vrijheid die ze geven in onvrijheid (…) en het toch al zo haastige en gefragmenteerde leven wordt nog haastiger en gefragmenteerder’. Ho even. Daar ben ik het niet mee eens.

Als ik verder lees kom ik steeds meer uitspraken tegen die doen vermoeden dat De Jong tot die groep van literaire bollebozen behoort die de vernieuwingen die onze samenleving rijk is diep vanbinnen veroordeelt (ookal weet hij het prima in een beschouwende toon te verpakken). Nog erger, hij heeft geen goed woord over voor de schrijvers van deze tijd, die gebruik maken ‘van cliché’s en sjablonen, van personages die ofwel ‘goed’ ofwel ‘slecht’ zijn, van spanning die met trucs wordt opgeroepen, van een taal die niet persoonlijk is’ (blz. 41). Hij beschrijft een literair auteur als een zelfverkozen slachtoffer van zijn eigen vak, een schrijver die niet vrij is in zijn onderwerpkeuze, omdat een onderwerp zich, of hij dat nu wil of niet, aan hem opdringt en hem niet meer los laat (blz. 41/42).

Ik voel een lichte irritatie opkomen

Als je het onderwerp zelf uitkiest, in plaats van het onderwerp jou, ben je blijkbaar geen echte schrijver. Zucht. Toch jammer dat het de echte schrijvers steeds weer lukt om zo’n verheven toon aan te slaan. Natuurlijk, je behóórt ook tot een aparte groep mensen als je de hele wereld over kunt reizen (van de Provence tot Tanzania), je de tijd hebt om elke dag meerdere kranten te lezen, kunt citeren uit honderden boeken – van de Klassieke Oudheid tot Tolstoj, Dostojevski, Joyce, Proust, Flaubert en Kawabata – en je en passant ook nog even een essay over literatuur kunt schrijven omdat je toevallig tóch net klaar was met je vorige boek. Van zo’n leven kan ik als wannabe-schrijver alleen maar dromen. Maar moet ik dat állemaal weten als ik over zo’n mooi onderwerp als ‘de roman’ ga lezen? Nee.

Conclusie

Wat alleen de roman kan zeggen is een prachtig essay over romankunst, over lezen en schrijven in een tijd waarin nieuwe media en beeld het dagelijks leven volledig hebben overgenomen. Geschreven door een auteur die overduidelijk in andere tijden is opgegroeid en bang is dat het vak waar hij zoveel liefde voor voelt zal uitsterven. Het is echter ook een kleine Oek de Jong-show, een kijk-eens-wat-ik-allemaal-doe-en-weet betoog. Misschien niet eens bewust. Ik heb dan ook even getwijfeld of ik er zo’n punt van moest maken. Maar ik kon niet anders, het drong zich aan me op en liet me niet meer los.

______________________________________

Een perfecte dag voor literatuur (vernoemd naar het verhaal Een perfecte dag voor bananenvis van J.D. Salinger) is een leesclub voor bloggers met een literaire smaak. Bij deze Not Just Any Blog Club lezen we gelijktijdig hetzelfde boek en bloggen er daarna over in welke vorm we maar willen.

 

Pages:

Monoloog van een engerd

vandodemannen_300“Als je een vrouw slaat, doe je je ringen af. Je raakt haar op haar lijf, haar ledematen, maar nooit in het gezicht. En na afloop heb je spijt, want dat gelooft ze. Elke keer weer.”

De verteller van deze roman kent de regels van het spel. Met overdonderende charme dringt hij binnen in het leven van een vrouw. Als hij eenmaal haar vertrouwen gewonnen heeft, toont hij zijn ware aard.

De roman Van dode mannen win je niet had net zo goed Monoloog van een engerd kunnen heten. Want dat is het. De man die aan het woord is kletst zich in het leven van zorgvuldig uitgekozen vrouwen naar binnen, om ze na verloop van tijd in elkaar te slaan. In het boek spreekt deze ik-figuur direct tot zijn twaalfjarige stiefzoon Wesley, aan wie hij uitlegt wat er in de relatie met diens moeder is gebeurd. 

Hij kijkt op al zijn vrouwen neer

De minachting voor Wesley’s moeder wordt meteen op de eerste bladzijde al duidelijk, zonder dat het letterlijk wordt uitgesproken:

“Je moeder knipte mannen voor geld (…) ze was niet heel erg goed, alleen maar goedkoop.” 

Met de onverschilligheid van iemand die beschrijft hoe hij bij de bakker een brood koopt, vertelt de stiefvader aan Wesley hoe hij conflicten oplost (“Ik liet niets heel. Ook de ramen niet.”) en hoe hij nog regelmatig één van zijn ex-vriendinnen stalkt (“Gewoon een beetje plagen, Wes.”).

Het taalgebruik is simpel, zakelijk en zonder enige opsmuk of emotie

Net als de stiefvader zelf. Juist daardoor is de dreiging van zijn agressie tussen de regels door overweldigend aanwezig. Zijn schijnbare schuldgevoel (“Sorry, Wes, sorry.”) blijkt al snel een berekenende manier te zijn om zelfs jou als lezer voor een kort moment te doen geloven dat hij diep vanbinnen heus niet zo’n slecht persoon is als hij lijkt. Het zijn allemaal trucjes die hij gebruikt om ervoor te zorgen dat hij nog een kans krijgt. Dat je ondanks (of juist vanwege) de sobere, kille verslaglegging van dramatische scènes verder blijft lezen.

De enige metafoor in het boek zijn de slangen

De slangen die aankondigen dat hij zijn beheersing gaat verliezen. Een goed gekozen metafoor. Net zoals een slang een giftig, gevaarlijk dier is, dat van tijd tot tijd zijn huid afgooit en daarna gewoon verder leeft, zo schudt ook de stiefvader iedere mislukkende relatie zonder een spoor van spijt van zich af. Bij de volgende vrouw is hij opnieuw de gladjakker, de charmeur en redder, maar hij laat er geen twijfel over bestaan dat hij voor al zijn ex-vriendinnen een onophoudelijke dreiging blijft. 

Meestal maakt de hoofdpersoon in een roman een ontwikkeling door

In Van dode mannen win je niet is dat niet het geval. In een recensie op Nu.nl wordt dit als negatieve kritiek geformuleerd. Onterecht, vind ik. Het ontbrekende perspectief in het denkpatroon van de stiefvader (denkt hij überhaupt wel na?) versterkt de uitzichtloosheid van de situatie. Tegen beter weten in hoop je dat de hoofdpersoon misschien nog wel verandert. Hiermee plaatst Walter van den Berg zijn lezer in dezelfde positie als de vrouwen in het verhaal, die ook stuk voor stuk denken – hopen – dat het beter wordt.

Dat doet het niet. En dat raakt. Keihard.

______________________________

Een perfecte dag voor literatuur (vernoemd naar het verhaal Een perfecte dag voor bananenvis van J.D. Salinger) is een leesclub voor bloggers met een literaire smaak. Bij deze Not Just Any Blog Club lezen we gelijktijdig hetzelfde boek en bloggen er daarna over in welke vorm we maar willen.

 

Pages:

Over Marie: hoe je een roman schrijft zonder een roman te schrijven

Vekeman- Marie 600Een impotente burgemeester, een van top tot teen behaarde vrouw, afgehakte hoofden en afgebeten penissen. Als je een fan bent van absurdistische verhalen met verrassende wendingen, zit je met het boek ‘Marie’ van Christophe Vekeman helemaal goed. Ik houd daar ook wel van, zo op z’n tijd. Maar het lezen van ‘Marie’ was voornamelijk een bevreemdende ervaring. 

Een ode aan de liefde en aan de literatuur

Dat staat er, op de achterflap. De boodschap over de liefde is duidelijk. Het verhaal wordt verteld door ‘de dokter’ die twaalf jaar geleden zijn grote liefde Marie verloor. Sindsdien slijt hij zijn dagen in een toestand van rouw die van geen wijken wil weten. Hij is zo verbitterd over het feit dat Marie hem is afgenomen, dat hij wraaklustige gevoelens ontwikkelt voor iedereen in zijn woonplaats Abraham. Zijn woede over het feit dat de inwoners van het dorpje gewoon verdergaan met hun leven en zich druk maken om betekenisloze problemen, zorgt voor een serie gebeurtenissen waar je mond van openvalt. De liefde: altijd een goed motief voor de meest bizarre plotwendingen in boeken en films.

De literatuur dan

Ook overduidelijk aanwezig. Met zijn soms wel tien regels lange zinnen vol tangconstructies waar je ‘u’ tegen zegt, en bladzijden vol wollig en breedsprakig taalgebruik, laat Vekeman zien waartoe hij met woorden in staat is. Bijna iedere zin is een verhaal op zich. Ook creëert Vekeman met zijn verwijzingen naar schrijvers als W.F. Hermans, Flaubert en Tsjechov een tweede betekenisniveau, een soort meta-bewustzijn. De schrijver van dit boek is in werkelijkheid Vekeman, maar binnen het kader van het verhaal is het ‘de dokter’ die een boek schrijft over zijn verloren liefde Marie. Op z’n laatst aan het eind van de roman ontdek je als lezer de dubbele laag die Vekeman weet te construeren. De literatuur: Vekeman heeft alles uit de kast getrokken om te laten zien dat hij er veel vanaf weet en dit vervolgens ondergebracht in een roman over een roman. 

Want dat is wat ‘Marie’ voor mij is

Een boek over een boek, dat uiteindelijk een ander verhaal vertelt dan verwacht. Een verhaal, geschreven door een van verdriet doorgedraaide dokter, opgetekend door een van literaire kunstgrepen overlopende Vekeman. Maar misschien draaf ik met deze omschrijving ook wel te ver door. Misschien is het veel simpeler en bestaat de ode aan de literatuur in dit boek uit de conclusie dat een schrijver zijn personages alles kan laten doen waar hij zin in heeft. Hij is immers de schrijver van het boek, de literaire vader van de karakters. Hij mag zijn fictieve figuren ongestraft de meest belachelijke eigenschappen aanmeten en ze daarna één voor één de keel doorsnijden. Wellicht is dat wel de allerbeste remedie voor het verwerken van pijn en verdriet. 

________________________________

Een perfecte dag voor literatuur (vernoemd naar het verhaal Een perfecte dag voor bananenvis van J.D. Salinger) is een leesclub voor bloggers met een literaire smaak. Bij deze Not Just Any Blog Club lezen we gelijktijdig hetzelfde boek en bloggen er daarna over in welke vorm we maar willen.

 

 

Pages:

Het ogenblik tussen heel en kapot

121001_NA_Niets_en_niemand_aanbieding.inddOp het vliegveld in Parijs wacht Laura Innes tot er weer gevlogen zal worden. Beeldschermen tonen de brokstukken van het vliegtuig dat ze net heeft gemist. Het is de vraag of ze vanavond nog thuis zal komen. Het is de vraag of ze dat werkelijk wil. De familie Innes deed nooit aan ‘thuis’. Laura, Maxime en hun zoon Steven woonden overal en nergens, waren niemand verantwoording schuldig behalve elkaar. Ze zouden een leven lang in vrijheid schoonheid scheppen, en dat leek nog te gaan lukken ook. Totdat ze zich vestigden in Nederland. Waar uitzendwerk de familie ontwrichtte. Waar hun eigen wetten niets waard bleken te zijn. In de vertrekterminal ontvangt Laura haar doodsbericht. En ineens is alles weer mogelijk. Niets en niemand is een indrukwekkende roman over de zin en onzin van kunst, traditie en loyaliteit. 

Op de cover van het boek staan twee flatgebouwen. Rijen met ramen, allemaal hetzelfde, etage op etage. Mijn oog valt direct op de onregelmatigheden in de foto. Een raam waar een laken uit hangt. Vensterbanken met kleren aan een haakje. Ze onderscheiden zich van de andere ramen, zijn uitzonderlingen op de regel. Maar als ik weer naar het plaatje in z’n geheel kijk, blijft het een foto van twee grijze betonblokken. Achter al die ramen wonen weliswaar individuen, maar ze zijn allemaal deel van een groot, lelijk, massaal gedrocht.

Dat is waar de roman Niets en niemand voor mij over gaat; hoe zeer we als mens ook proberen om ons te onderscheiden van de massa en ons los te maken van de geldende regels, écht vrij zullen we nooit zijn.
Steven, de zoon van het kunstenaarsechtpaar Innes, mocht zijn hele leven doen en laten wat hij wilde. Hij heeft zelfs geen paspoort, staat nergens als burger ingeschreven. Hij trekt zich van niets en niemand iets aan. Maar juist al deze grenzeloosheden zorgen ervoor dat Steven volledig identiteitsloos is. Hij verzint alter ego’s waarmee hij op internet bepaalde rollen speelt, maar het lukt hem niet om zijn eigen ‘ik’ te vinden. Hij is nergens goed in, weet niet wat hij met z’n leven moet en ondanks al zijn geld (cq. het geld van zijn ouders) en zijn dure kleren leidt hij in wezen hetzelfde bestaan als de daklozen die in het boek voorkomen. Hij is niets, niemand.

Het boek is prachtig geschreven. Vol melodieuze zinnen als: de stoptrein bommelde onbekommerd naar Almelo. Vol met sfeervolle beschrijvingen van plaatsen en ruimtes; kleurrijke decors die, hoe mooi ook, het lege bestaan van de personages niet weten te verrijken.

In een recensie op NRC Lux las ik dit:  

Ideeën en temperament genoeg dus in dit boek, maar de springerigheid ervan staat ook veel in de weg. Zo blijft een werkelijk innige identificatie met sleutelfiguur Steven uit, omdat Bonthuis hem teveel in de maag heeft gesplitst: een verwende jeugd, een verloren liefje, een waterige identiteit. Hij figureert in een felle roman die je van een afstandje leest.        

Zoals het daar staat klinkt het als kritiek. Voor mij staat de ‘springerigheid’ van de roman echter voor de wispelturigheid van de hoofdpersonen, waarmee ze krampachtig tegen burgerlijkheid en sleur proberen te vechten. Dat ik me als lezer niet met Steven kan identificeren onderstreept juist zijn ontbrekende eigenheid. Hoe zou ik me als lezer moeten herkennen in een niets, een niemand? Of Ivo Bonthuis het zo bedoeld heeft of niet, ik kijk als lezer naar de gebeurtenissen in dit boek, zoals Laura Innes naar de beelden van haar gecrashte vliegtuig kijkt: veilig, van een afstand, me afvragend wat ik nu eigenlijk vind van de ellende en treurigheid die ik voor me zie. Het boek beschrijft het leven van de personages precies op het ‘Innes-moment’: het ogenblik tussen heel en kapot. 

Ik kijk nog eens naar de boekcover. Ineens valt me het doorkijkje op; daar, tussen die twee gebouwen, zie ik een glimp van wat erachter ligt. Natuur, vrijheid. Daar kun je naartoe als in het flatgebouw de muren op je afkomen. Ontsnappen aan de werkelijkheid. Maar net als alle andere bewoners zul je ‘s avonds terugkeren naar je hokje. Omdat je niet anders kunt. Of wilt. Niets of niemand kan dat veranderen.

______________________________________________

Een perfecte dag voor literatuur (vernoemd naar het verhaal Een perfecte dag voor bananenvis van J.D. Salinger) is een leesclub voor bloggers met een literaire smaak. Bij deze Not Just Any Blog Club lezen we gelijktijdig hetzelfde boek en bloggen er daarna over in welke vorm we maar willen.

Pages: