De bespottelijkheid van een persoonlijk blog: “Wees blij dat er een trui overheen kan.”

 

Na het hoofdgerecht gebeurde het.

Ik had net ingestemd met een glaasje sterke drank.

Dat kon nu wel, vond ik.

Het eten was lekker, de gesprekken goed en de grapjes leuk.

Ik keek even op mijn telefoon om te zien of ik een berichtje van mijn eigen familie had. Plaatste een fotootje van de fles gin die mijn schoonfamilie zojuist speciaal voor mij op tafel had gezet.

“Waarom moet dat eigenlijk?”

Ik schrok. Mijn schoonvader was zonder dat ik het had gemerkt achter mij komen staan.

“Waarom moet wat eigenlijk?” vroeg ik hem.

“Altijd maar alles online delen,” zei hij. “Waar is dat voor nodig?”

Voordat ik het wist ontstond er een discussie waar ik wel drie glazen gin bij nodig had.

En dat allemaal nog vóór het toetje

Een paar weken later zit ik met mijn moeder in een lunchroom.

Zij is van dezelfde leeftijd, van de ‘vuile was hang je niet buiten’-generatie, en begrijpt de reactie van mijn schoonvader wel.

“Niet iedereen hoeft toch te weten dat je bent gescheiden?” zegt ze. “En al helemaal niet hoe je je nieuwe vriend hebt leren kennen.”

Ik vraag haar waarom ik dat zou moeten verzwijgen.

“Verzwijgen, verzwijgen,” mompelt mijn ma, “het gaat erom dat je met dit soort gevoelige onderwerpen niet te koop hoeft te lopen.”

Aha, dus dát is het.

Relatiebreuken en opnieuw verliefd worden zijn gevoelige onderwerpen. Goed, daar kan ik inkomen. Maar op het moment dat ik er iets over schrijf wat iedereen kan lezen, loop ik er dus onnodig mee te koop.

Ik zoek op wat het betekent – ergens mee te koop lopen – en vind meerdere betekenissen:

  • Iets aan iedereen laten zien
  • Opscheppen over
  • Er bespottelijk uitzien

Wow, wat een nuanceverschillen.

Met de eerste betekenis ben ik het eens. Door over persoonlijke onderwerpen te bloggen laat ik inderdaad een deel van mijn leven ‘aan iedereen zien’.

Maar erover opscheppen?

Dat is toch iets anders

Opscheppen is: “Kijk, ik kan wel acht borden tegelijk dragen op één arm!”

En: “Lekker, die lasagne? Zelf gemaakt. Zonder Knorr of Maggie!”

Of: “Moet je zien, mijn vierjarige tekende een Minion. Hij lijkt sprekend!”

Zeg nou zelf: sprekend, toch?

Opscheppen doe je als je ergens trots op bent. En dat is nu ook weer niet het geval als ik schrijf over mijn klunzigheid, mijn ouderschapsblunders of mijn verdriet.

“Het is net als met dat ding op je rug,” gaat mijn ma verder, “Dat jij dat mooi vindt moet je zelf weten.”

“Maar wees blij dat er een trui overheen kan.”

Ze neemt een slokje mineraalwater (“Ik bestel geen bier, hoor, het is pas vier uur ‘s middags!”) en vraagt dan waarom ik het doe: openlijk schrijven over ‘dingen die anderen wijselijk voor zich houden’.

Ik laat de vraag even in de lucht hangen en observeer de langzaam krimpende schuimlaag van mijn Duvel.

“Er zijn al zo veel taboes in de wereld,” zeg ik.

“Wat voor taboes?” vraagt mijn moeder.

“Te veel om op te noemen. Maar neem nou seks. Slechte seks, verboden seks, ontbrekende seks. Niemand praat erover, maar iedereen heeft ermee te maken.”

Mijn moeder knikt.

We weten allebei waar ze nu aan denkt

“Taboes doorbreek je niet door erover te zwijgen,” zeg ik.

“Nee,” zucht mijn moeder, “daar heb je gelijk in. Ik ben alleen zo bang, kind, wat de mensen dan allemaal over je zullen denken.”

Ik sla mijn arm om haar schouders. “Jij vindt mij toch ook nog steeds lief?” Haar antwoord is een kus op mijn wang.

Als we afrekenen bekijkt mijn moeder zichzelf even snel in de spiegelwand bij de uitgang van het café. “Mijn haren staan alle kanten op,” moppert ze.

“Inderdaad, bespottelijk,” grijns ik.

Ze stapt over de drempel naar buiten en zegt dan: “Ach, wat kan mij het ook schelen. Hier in Utrecht valt dat toch niemand op.”

 

Fotocredit: Caspar Rubin via Unsplash