Geen type om moeder te zijn

sokken

Er is een boek over mij verschenen.

Geschreven door iemand die ik niet eens ken.

Ze heet Jannah Loontjens. Het is bizar, want ik heb Jannah nooit gesproken. Geen interview, geen vragenlijst via email. En toch weet ze vreselijk veel over mijn leven.

Dat ik de eenvoudigste dingen soms ingewikkeld vind.

Dat ik soms zo moe word van de routine, van de dagen die maar blijven komen.

Dat ik alles heb wat een mens in een leven nastreeft – een man, twee kinderen, een huis, een baan – maar dat ik me vaak afvraag of dit nou écht is wat ik wil. Dat ik gek word van die twijfel.

Dat ik bang ben om tekort te schieten tegenover mijn kinderen. Dat ik iedereen hoor zeggen dat die kleuterleeftijd zo snel voorbij gaat, maar dat ik het juist zo vreselijk lang vind duren. Dat ik niet kan wachten totdat mijn kinderen twaalf zijn, hun eigen boterhammen smeren, zelf naar school gaan en met hun eigen sleutel het huis in en uit. Dat ik soms denk dat ik geen type ben om moeder te zijn. Maar ik bén het en ik doe zo ongelofelijk mijn best.

Jannah weet ook hoe het zit met mijn sociale leven. Dat ik aan de ene kant blij word van vrienden en ze nodig heb, maar dat afspreken verbonden is met een gevoel van ‘moeten’. Dat ik er tegenop zie, maar dat ik achteraf altijd blij ben dat ik ben gegaan.

Ze begrijpt ook dat ik me rot voel over de belachelijke decadentie van mijn radeloosheid. Dat ik ook wel weet dat de mensen in Syrië, de moeders in Palestina… dat dát pas echte problemen zijn. En dat ik me er rot over voel dat ik me soms tóch zo rot voel.

Allemaal doen we ons best en leven onze levens zoals het van ons verwacht wordt. We proberen een eigen weg te vinden, maar zijn te bang om dit radicaal te doen, om er zekerheden  voor op te geven. Het leven dwingt ons om te conformeren. Het begint al bij school, het stilzitten en luisteren, allemaal leren we hetzelfde, en daarna brengen we onze kinderen naar school om dit ook weer te leren (…). De kinderen. De kinderen. Om hen gaat het. Hun bestaan houdt ons bij de les, op het rechte pad (…) hoe kunnen we hierin onze vrijheid vinden?

Jannah Loontjens

Na het lezen van het boek is mijn eerste reactie: ik ga Jannah bellen. Haar vertellen over mijn opluchting, omdat ze me laat zien dat ik niet de enige ben met dit soort gedachten. Maar na een tijdje word ik boos op haar. Had ze niet een positiever boek kunnen schrijven? Met een oplossing kunnen komen? Zodat ik was opgesprongen met het gevoel van ‘ja, vanaf vandaag wordt alles anders’?

Terwijl ik aan de keukentafel zit komen op de achtergrond mijn kinderen thuis van het kinderdagverblijf. In de gang is het een warboel van gestommel en geschreeuw. Ik sluit mijn ogen en haal diep adem. De deur van de woonkamer vliegt open en mijn dochter rent met uitgestrekte armen op mij af, gevolgd door haar broertje dat ‘mama, mama!’ roept.

Een paar seconden later voel ik hun wiebelige lijfjes tegen mijn borst en hun warme, vochtige monden in mijn nek. Ik kijk naar R. die glimlachend in de deuropening staat.

Ja. Verdomme.

Misschien moet ik gewoon eens stoppen met zeiken.

 

______________________________________________

Ik ben zo vrij geweest om in dit blog een aantal passages uit Misschien wel niet te gebruiken. Alle credits gaan naar Jannah Loontjens.